Spelling op de basisschool

In groep 3 lijkt het nog zo simpel, voor de meeste kinderen: alleen woorden schrijven, die je zo schrijft, zoals je ze hoort. Het klinkt zoals het er staat en je schrijft het zoals het klinkt. Nog lekker gemakkelijk. Maar dat verandert al snel, zeker vanaf groep 5. In groep 8 wordt spelling lastiger, want dan moeten kinderen minimaal 4000 woorden kunnen spellen. Hoe leer je door de jaren heen het spellen op de basisschool?

Waarom Nederlands spellen zo moeilijk is

Allereerst: misschien vraag je je af waarom het Nederlands zo moeilijk is. Dat komt door de manier hoe onze taal eruit ziet. Het alfabet heeft maar 26 letters, maar we gebruiken wel 40 verschillende klanken.

Waarom klink ‘Lego’ als ‘Leeeeego’, terwijl ‘Bel’ als ‘Bel’ klinkt? En waarom schrijven we een ij-klank niet gewoon als ‘ij’, maar ook als ‘ei’? En dan hebben we het nog niet eens over de d’s, t’s en de dt’s, gehad. Oh jee! Zie je als een berg tegen spelling op? Dat hoeft niet. Door de jaren heen leer je beter te spellen.

Spellen in groepen

In de verschillende groepen leer je verschillende spellingsregels. Denk bijvoorbeeld aan het meervoud, of veranderende letters. Waarom veranderen die letters, en wanneer veranderen ze?

Alles wat je aan het eind van een jaar leert, komt vaak nog een keertje terug in het begin van het nieuwe jaar. Daarna moeten kinderen de regels kunnen gebruiken. Dat toetst de juf of meester met een zogenaamd ‘dictee’. Je moet dan woorden en zinnen kunnen schrijven, zonder hulp. Zo weet de juf of meester wat jij nog moeilijk vindt en waar jij hulp bij nodig hebt.

Spellen in groep 3

In groep 3 is het spellen nog makkelijk. Je schrijft de woorden zoals je ze hoort, en je hoort ze zoals je ze schrijft. Nog geen moeilijke regels en uitzonderingen. Dat komt doordat je in groep 3 vooral aan de slag gaat met de manier van schrijven: de pen goed vasthouden, een mooi handschrift ontwikkelen, netjes schrijven, lijntjes raken. Dat zijn de dingen die je leert in groep 3.

Spelling in groep 3 →

In groep 4

Vanaf groep 4 wordt het een beetje moeilijker. In groep 4 leer je woorden met één lettergreep spellen. Dat klinkt al heel moeilijk (want wat is een lettergreep?), maar het valt best mee.

Spelling in groep 4 →

In groep 5

Vanaf groep 5 leer je heel wat meer. Aan het einde van het schooljaar kun je deze woorden spellen:

  • Woorden die eindigen op -je, -pje, -kje, of -etje. Zoals ‘liedje’, ‘filmpje’, ‘kettinkje’, of ‘karretje’. We noemen deze woorden ook wel ‘verkleinwoorden;’
  • Twee woorden die samen één woord vormen, zoals ‘broodplank’. We noemen dit ‘samengestelde woorden’;
  • Woorden met -elen, -enen of -eren. Denk maar aan ‘wandelen’, ‘tekenen’ en ‘hinderen’;
  • Woorden met een veranderende letter. Denk bijvoorbeeld aan ‘druif’, maar ‘druiven’ als het over meerdere druiven gaat. Of ‘kaas’, dat ‘kazen’ wordt in meervoud;
  • Woorden met ‘lijk’ of ‘ig’, zoals ‘lelijk’, of ‘fleurig’.

Spelling in groep 5 →

In groep 6

In groep 6 ga je aan de slag met deze dingen:

  • Meerdere dingen met een ‘s (meervoud): taxi’s, baby’s, piano’s;
    Woorden met een c: ‘cel’, ‘actief’. En waarom spreek je ‘cel’ uit als ‘sel’ en ‘actief’ als ‘aktief’?
  • Woorden die eindigen op -atie, -itie en -tie: ‘traktatie’, ‘sensatie,’ politie’, ‘vakantie’;
  • Hoofdletters bij landen, steden en inwoners: ‘Nederland’, ‘Amsterdam’, ‘Belg’ of ‘Duitser’;
  • Tegenwoordige tijd van werkwoorden die eindigen op ‘-ven’ en ‘-zen’, zoals ‘geven’ en ‘lezen’ (hij geeft en hij leest);
  • Tegenwoordige tijd van werkwoorden die eindigen op -den, zoals ‘houden’ (ik houd, hij houdt).

Spelling in groep 6 →

In groep 7

In groep 6 ga je aan de slag met deze woorden en regels:

  • Wat zijn leenwoorden? Wanneer gebruik je leenwoorden?;
  • Woorden die eindigen met ‘s;
  • Woorden met een trema of een koppelteken. Wanneer gebruik je deze?;
  • Het spellen van werkwoorden.

Spelling in groep 7 →

In groep 8

In groep 8 komt alles nog eens voorbij, maar dan met deze nieuwe regels:

  • Woorden met een tussen-n;
  • Werkwoordspelling;
  • 4000 woorden kunnen spellen;

Spelling in groep 8 →