Grammatica

Het woord ‘grammatica’ is afgeleid van het Griekse woord ‘grammatikos’. Daarmee bedoelen ze ‘hij die kan lezen en schrijven’. In het Latijn betekent ‘grammatica’ ‘taalwetenschap.’ Deze betekenissen liggen wel dicht in de buurt bij wat wij onder grammatica verstaan. Want wat is grammatica eigenlijk? Waarom moet je dat leren? En welke onderdelen zijn belangrijk in de Nederlandse grammatica?

Wat is grammatica?

Als we het hebben over ‘grammatica’, bedoelen we het systeem van regels zodat we de Nederlandse taal kunnen schrijven, spreken en begrijpen. Deze regels zijn het belangrijkste in de Nederlandse taal. Om goed onze taal te kunnen leren, moet je de regels leren, snappen en gebruiken.

Dat werkt zo: voordat je leert om te praten, leer je allerlei klanken te maken. Als je ouder wordt, gebruik je niet alleen meer klanken, maar ga je langzaam woordjes leren. In de loop van jaren, ga je de woorden in de juiste manier achter elkaar plakken. Zo ontstaan er zinnen, die iemand anders ook kunnen begrijpen.

Om te weten hoe je al die woorden achter elkaar plakt, moet je regels gebruiken. Die leer je bewust en onbewust. Dat is precies wat grammatica inhoudt: alle woorden en regels samen zijn de grammatica van onze taal.

Waarom grammatica oefenen?

Waarom is het nu zo belangrijk om grammatica te oefenen? Allereerst zodat we elkaar goed kunnen begrijpen. Wie grammaticafouten maakt, loopt het risico dat hij of zij niet goed begrepen wordt. Dat is een probleem. Bovendien staat het ook best slordig als je fouten maakt die makkelijk te voorkomen zijn.

In het leven hebben we nu eenmaal regels en afspraken. Zo snapt iedereen dat je niet naar buiten gaat in je ondergoed, maar dat je kleren aantrekt. Dat klinkt logisch, toch? Zo hebben we ook afspraken gemaakt over hoe de Nederlandse taal in elkaar zit. Als iedereen maar gewoon iets doet, krijgen we een hele gekke taal die niemand begrijpt. We zouden steeds aan elkaar moeten vragen: ‘Wat bedoel je?’ En dan krijg je geen goede uitleg, want degene die je de uitleg moet geven, doet maar wat.

Dat is het nut van grammatica. Ook al verandert de Nederlandse taal de hele tijd, er zijn een paar afspraken die we altijd blijven houden.

Woordsoorten en zinsdelen

Grammatica gaat ook over woordsoorten en zinsdelen. De woordsoorten die je leert op school zijn:

  • Lidwoorden;
  • Zelfstandige naamwoorden;
  • Bijvoeglijke naamwoorden;
  • Persoonlijke voornaamwoorden;
  • Bezittelijke voornaamwoorden;
  • (Soms) betrekkelijke voornaamwoorden;
  • (Soms) vragende voornaamwoorden.

Je leert ook zinsdelen te herkennen en te benoemen:

  • Persoonsvorm;
  • Onderwerp;
  • Werkwoordelijk gezegde;
  • Meewerkend voorwerp;
  • Lijdend voorwerp;
  • Bijwoordelijke bepaling.

Een korte grammatica oefening om je kennis te testen

Hoe goed is jouw kennis van de Nederlandse grammatica? Probeer de fouten te vinden in onderstaande zinnen en schrijf de zinnen verbeterd op.

  • Hun komen vandaag even bij je langs.
  • Het cadeau wat je me hebt gegeven, gebruik ik nog elke dag.
  • Zij kan veel beter badmintonnen als haar zusje.
  • We hoeven ons helemaal niet zorgen te maken over de toets.
  • Haar dochter heeft me gebeld en is in verwachting.

De antwoorden:

  • Zij komen vandaag even bij je langs.
  • Het cadeau dat je me hebt gegeven, gebruik ik nog elke dag.
  • Zij kan veel beter badminnen dan haar zusje.
  • We hoeven ons helemaal geen zorgen te maken over de toets.
  • Haar dochter heeft me gebeld en zij is in verwachting.